Gezang 291


1   Nooit kan 't geloof te veel verwachten,
des Heilands woorden zijn gewis.
't Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is.
Wat zou ooit zijne macht beperken?
't Heelal staat onder zijn gebied!
En wat zijn liefde wil bewerken,
ontzegt Hem zijn vermogen niet.

2   Die hoop moet al ons leed verzachten.
Komt, reisgenoten, 't heil des Heren wachten,
zijn bergen vlak en zeeČn droog.
O zaligheid niet af te meten,
o vreugd, die alle smart verbant!
Daar is de vreemd'lingschap vergeten
en wij, wij zijn in 't vaderland!

Liedboek voor de Kerken 1973